Josephine’s regenboogdeken is een explosie van kleur. De vrolijke driehoeken geven je een prachtig palet om mee te werken. De motiefjes kun je van tevoren haken, of gaandeweg vasthaken. Jij mag kiezen!

Garen en benodigdheden
Garen
| Label | Kleurnaam | Code | Aantal |
|---|---|---|---|
| Kleur A | 510 | 1 bol | |
| Kleur B | 639 | 1 bol | |
| Kleur C | 714 | 1 bol | |
| Kleur D | 551 | 1 bol | |
| Kleur E | 642 | 1 bol | |
| Kleur F | 663 | 1 bol | |
| Kleur G | 665 | 1 bol | |
| Kleur H | 712 | 1 bol | |
| Kleur I | 519 | 1 bol | |
| Kleur J | 529 | 1 bol | |
| Kleur K | 726 | 1 bol | |
| Kleur L | 653 | 1 bol | |
| Kleur M | 720 | 1 bol | |
| Kleur N | 650 | 1 bol | |
| Kleur O | 502 | 8 bollen |
Shop het garen!
Je kan Cotton 8 bij retailers kopen, zoals:
Haaknaald
3,5mm.
Afmetingen
115 x 150 cm.
Stekenverhouding
Een driehoekje meet 10 cm aan elke zijde.
Afkortingen
- 2hst smh
- 2 halve stokjes samenhaken: (sla draad om, steek naald in aangegeven st/open, sla draad om, haal lus op) 2x, sla draad om, haal door alle lussen op naald
- 3hst smh
- 3 halve stokjes samenhaken: (sla draad om, steek naald in aangegeven st/open, sla draad om, haal lus op) 3x, sla draad om, haal door alle lussen op naald
- 4st smh
- 4 stokjes samenhaken: (sla draad om, steek naald in aangegeven st/open, sla draad om, haal lus op, sla draad om, haal door eerste twee lussen op naald) 4x, sla draad om, haal door alle lussen op naald
- AK
- achterkant
- beg-4st smh
- Begin 4 stokjes samenhaken: 2l, (sla draad om, steek naald in ring, sla draad om, haal lus op, sla draad om, haal door eerste twee lussen op naald) 3x, sla draad om, haal door alle lussen op naald
- hst
- half stokje
- hv
- halve vaste
- l
- losse
- l-open
- lossen-opening: opening onder losse(n)
- s(tn)
- steek/steken
- st
- stokje
- VK
- voorkant
Herhalingen
- *…; herh vanaf * nog 1x/2x/3x — Haak de instructies na * en herhaal deze daarna nog het aantal keer zoals aangegeven.
- (…) 1x/2x/3x — Haak de instructies tussen haakjes het totaal aantal keer aangegeven.
- […] — Geeft het aantal steken aan het einde van een rij of toer aan.
- (…) in dezelfde s/open — Geeft aan dat alle instructies tussen haakjes in dezelfde steek of ruimte worden gehaakt.
Kleurindeling
Overzicht
Het patroon is gemaakt in regenbogovolgorde waarbij de eerste en laatste kleur in elkaar overlopen. Dit geeft de illusie van willekeurige plaatsing, maar er zit wel degelijk een patroon in!
Het patroon is als volgt: Start linksonderin, volg de rij naar rechts. Ga een rij naar boven, en volg die rij naar links. Ga een rij naar boven, volg die rij naar rechts enzovoort.
Motieven per kleur
Je kan alle motieven van tevoren haken, of ze gaandeweg haken en direct vasthaken. Dat mag je zelf weten! Je hebt de volgende aantallen per kleur nodig:
- Motieven: 12 van elk voor kleuren A-N
- Bovenste halve motieven: 1 van elk, behalve van kleur K en L (0 motieven in deze kleuren).
- Onderste halve motieven: 1 van elk, behalve in kleur M en N (0 motieven in deze kleuren).
Maak je eigen kleurvolgorde
Met de informatie in dit hoofstuk kan je makkelijk je eigen volgorde samenstellen. Dat hoeft geen regenboog te zijn, zolang de eerste en laatste kleur maar in elkaar overvloeien om hetzelfde effect te behouden. Ik zou wel meer dan 10 kleuren gebruiken, en het van tevoren even uittekenen.
De reden hiervoor is dat je met minder kleuren meer kans hebt dat motieven met dezelfde kleur precies boven elkaar belanden. Dat is niet erg - maar ik vind het niet mooi omdat de illusie van willekeurigheid dan verloren gaat. Dus daarom zou ik het van tevoren even uittekenen.
Je kan de afbeelding op de laatste pagina van het patroon gebruiken als je zelf een kleurenvolgorde wil maken.


Technieken
Motief
Maak een magische ring, en haak 4l (foto 1). Maak een beg-4st smh (foto’s 2-3), 3l (foto 4). De 3l-openingen zijn de ‘middenstukken’ tussen de hoeken van de driehoek. Maak nog een 4st smh (foto’s 5-6), en dan 4l om je eerste hoek-opening voor de volgende toer te maken. Volg het patroon en maak 4st smh, 3l-openingen en 4l-openingen. Je ziet dat de hoeken al een beetje vorm krijgen (foto 7). Sluit de toer met een hv in de bovenkant van je beg-4st smh (foto 8). Je kan de magische ring nu dichttrekken.
Start Toer 2 door 3l te haken (foto 9). Deze 3 lossen worden overgeslagen bij het sluiten van de toer - ze dienen alleen om de lege ruimte tussen de eerste en laatste steek van de toer op te vullen. Maak 1st in dezelfde steek, dit is je eerste echte steek van de toer (foto 10). 3hst in de 3l-opening (foto 11). Door een minder hoge steek te maken zorg je ervoor dat de zijkanten van je driehoek ook echt plat zijn. Maak 1st in de bovenkant van de volgende 4st smh (foto 12). Maak een hoek door (3st, 4l, 3st) in de 4l-opening te haken.
Ga door met het patroon volgen, en haak de toer af door een hv in het eerste stokje (dus niet de 3l) te haken (foto 13). De vorm van de driehoek is nu wel duidelijk. Je kan zien dat de zijdes wat platter zijn, dankzij de halve stokjes.
Toer 3 is vrij simpel. Haak 3l, die aan het einde van de toer weer overgeslagen wordt. Haak dan 1st in elke steek van de vorige toer. In elke hoek haak je (3st, 4l, 3st). Sluit met een hv in het eerste stokje en hecht je draadjes af (foto 14).







Half Motief
Halve motieven lijken heel erg op de volledige motieven, maar ze worden in rijen gehaakt in plaats van in toeren. Dit betekent dat je je haakwerk in Rij 2 met de achterkant naar je toe haakt. Vouw maar eens een volledig motief door de helft, dan zie je grofweg het patroon wat we gaan volgen.
In dit voorbeeld wordt een bovenste half motiefje gehaakt. De onderste halve motiefjes lijken hier heel erg op, dus ik heb voor dit hoofdstuk de onderste halve motiefjes niet gefotografeerd.
Start met een magische ring. Haak 4l, die tellen hier als een stokje en lossen-opening (foto 15). Maak een 4st smh (foto 16), 3l, weer een 4st smh, en dan 4l om de hoek-opening te maken. Haak nog een 4st smh, 1l, en dan 1st (foto 17). Trek nu de ring aan. Zoals je ziet haak je hem niet helemaal rond, maar eigenlijk maar tot de helft.
Haak 3 lossen en keer je werk dan zodat de achterkant naar je toe wijst (foto 18). De 3l die je gemaakt hebt tellen als st. Maak nog een st in de lossen-opening van de vorige rij, en nog een st in de bovenkant van de 4st smh (foto 19). Maak een hoek door (3st,4l, 3st) in de hoek-opening te haken (foto 20). We gaan nu door met een driehoek haken zoals in het volledige motiefje, dus 1st in de bovenkant van de 4st smh, 3hst in de 3l-opening, 1st in de bovenkant van de volgende 4st smh. Maak je rij af door 3st in de lossen-opening te haken, 1l, en dan 1st in de derde l van de vier lossen waarmee je dit motief bent begonnen (foto 21).
(De reden dat de 3 lossen aan het begin van de rij hier wel tellen als een steek, maar niet in het volledige motief is omdat het hier mooier uitkomt. Als ze niet meetellen dan moet je nog een stokje in dezelfde steek haken en dan gaat de rechte kant van je motiefje uitwaaieren - en dat wil je niet).
Voor rij 3 haak je 4l (die tellen weer als st en lossen-opening). Maak 3st in de lossen-opening. 11st aan de lange kant, en vorm de hoek door (3st, 4l, 3st) in de hoekopen te haken. Maak 6st in de korte kant, en knip je garen af (foto 22).




Vasthaken
We haken onze motieven met een platte hv naad vast. Dit maakt een mooie platte naad, die je snel genoeg in de vingers krijgt.
Om te beginnen, haak je de rand om je eerste motief zoals in het patroon aangegeven met 1hst in elke steek, en (3hst, 3l, 3hst) in elke hoek (foto 23). Omhaak je tweede motiefje op dezelfde manier tot je bij een kant komt om vast te haken. Stop dan bij de eerste 3hst in de hoek (foto 24). Nu begin je met je eerste naad.
Neem de motieven AK samen, 1l en haak een hv in de hoek-opening van het eerste motief (foto 25). De motieven zitten nu aan elkaar vast. Maak 1hst in de hoek-opening van je huidige motief (foto 26). Haal de lus van je naald, en steek je naald van achter naar voren in de achterste lus van de eerste hoek-hst van je andere motief (dat is de lus die het dichtst bij je is, want je houdt de AK van het motief naar je toe). In foto 27 is de lus aangegeven met een groene pijl. Als je je naald door de lus heen gestoken hebt, pak je je draadlus weer op en trek je die door de lus op je naald (foto’s 28-30). Eigenlijk maak je nu een hv door de achterste lus van het andere motief.
En dat is het moeilijkste! Elke keer als je een steek haakt in de naad op je huidige motiefje, haal je de lus van je naald af, steek je hem door de achterste lus van de corresponderende steek op het andere motiefje, pak je de lus weer op en trek je hem door. Het klinkt ingewikkeld maar je hebt de slag zo te pakken. Foto’s 31-34 laten je zien hoe de volgende steken en uiteindelijk de naad eruit ziet. Je haakt de naad af met een hv in de laatste hoek-opening van het tegenoverliggende motiefje. Als je daarna nog een motiefje moet vasthaken, dan maak je een hv in de volgende hoek-opening en ga je door met de naad haken.
Deze naad wordt gebruikt voor alle motieven, ook de halve motieven.






Haakpatroon
Motief
Start met een magische ring.
De 4l-open zijn de hoeken van de driehoek in de volgende toeren. De driehoek gaat al een beetje vormen. De 3l aan het begin van de toer overslaan helpt met het opvullen van de ruimte tussen de eerste en laatste steek van de toer.
Halve motieven
Let erop dat de bovenste en onderste halve motieven omgekeerd zijn aan de rechter- en linkerkant van de deken. Dus wat een bovenste half motief is aan de linkerkant, is een onderste half motief aan de rechterkant en vice versa. Bekijk het kleurenoverzicht om te zien hoeveel je van elk type moet maken.
Top halve motieven
Start met een magische ring.
Onderste halve motieven
Start met een magische ring.

Vasthaken
Ik heb alle volledige motieven als eerste vastgehaakt. Daarna heb ik de deken rechthoekig gemaakt met alle halve motieven. Alle naden worden aan de VK gehaakt.
Volgende rijen motieven
Het vasthaken komt steeds hierop neer: Voor elke steek die vastgehaakt moet worden, zoek je de tegenoverliggende steek op het andere motiefje en haak je een hv in de achterste lus van die steek nadat je de steek op je huidige motief hebt gehaakt.
Als je de volgende motiefjes gaat vasthaken, dan kan het voorkomen dat het eerste motiefje van een rij alleen maar in een hoek vastgehaakt wordt omdat er nog geen andere motieven in de rij zijn om vast te haken. Volg dan de instructies voor het eerste motief, maar haak een hoek-open vast met een hv in de hoek-open van het daaronderliggende motief.
Het helpt ook om je driehoeken ‘proef’ te leggen in je deken om te zien welke zijdes je moet vasthaken, omdat dit afwisselend een of twee zijdes is. Zeker in het begin, als je deken nog klein en flexibel is is dit soms wel handig.
Vasthaken halve motieven
Aan weerszijden waar er twee halve motieven worden vastgehaakt in een gat, heb ik steeds eerst het bovenste, en daarna het onderste halve motiefje vastgehaakt.
Rand
De eerste twee hoekopeningen bevatten 2 st in plaats van 2 hst. Dit is om te compenseren voor de (kleine) hoogteverschillen in die hoeken die veroorzaakt worden door de positionering van de motieven. Als je dit lastig vind, haak dan gewoon 2 hst.
Je maakt 2 hst aan de ene kant van de hoek, en 1 hst aan de andere kant. De reden hiervoor is als je in toeren haakt, de steken wat achterover leunen waardoor je hoeken wat scheef kunnen trekken. Door 2 hst aan een kant te maken compenseer je hiervoor en eindig je met mooie rechte hoeken.
Knip draad af, werk alle eindjes weg. Span de deken op maat op.

Maat aanpassen van deken
Je kan de maat van de deken aanpassen door meer of minder motieven toe te voegen. Ik raad aan om in meervouden van twee te werken: twee motieven per rij toevoegen (bijv. 16 motieven per rij) of twee rijen aan de deken toevoegen (bijv. 14 rijen). Zo voorkom je dat je het patroon moet aanpassen, behalve door het aantal herhalingen meer of minder te haken.
Twee motieven voegen ~ 13 cm aan de breedte van de deken toe. Twee rijen voegen ~ 24 cm aan de hoogte toe.
Diagrammen







Misschien vind je dit ook leuk
Reacties
Wees de eerste die reageert op dit bericht!



