Moesjes
Moesjes zijn een van de drie meest bekende technieken om volumeuze haaksteken te maken. De andere twee manieren zijn Bobbels en Popcorn steken. Moesjes zijn de kleinste van het stel - solide bobbeltjes van garen. Perfect voor een subtiel steekje - of als contrastrij in je Sampler deken!
Moesjes stekenherhaling
Breedte: Het stekenmeervoud van de moesjes is 2 + 1 steken. Dat betekent dat als je wil uitrekenen hoeveel steken je nodig hebt om mee te beginnen, je een meervoud van 2 pakt en daar nog 1 steek bij optelt. Een voorbeeld: 108 x 2 steken = 216. Tel daar nog 1 steek bij op en je komt op 217 uit. Je kan ook kortere rijen maken, door bijvoorbeeld 72 x 2 = 144, + 1 = 145 steken te haken.
Hoogte: Moesjes hebben geen rijherhaling. Daardoor kun je zoveel rijen haken als je zelf wilt. De uitleg toont twee rijen, zodat je kan zien hoe het haken in afwisselende rijen in zijn werk gaat.
Moesjes stekenuitleg
Eerste rij
Hecht je kleur aan met een hv in de eerste steek. Haak twee l (foto 1), deze helpen je de hoogte in te komen om je steek te maken en tellen direct als onderdeel van je begin-moesje. Sla je draad om, steek naald in dezelfde steek als de hv, sla draad om, haal lus op. Doe dit nog twee keer in dezelfde steek, zo krijg je in totaal zeven lussen op je haaknaald (foto 2). Sla de draad nog eenmaal om en haal door al je lussen op de naald. Dit is je begin-moesje. Haak vervolgens een l (foto 3).
Je gaat nu een ‘normaal’ moesje haken. Sla een steek over. Sla je draad om, steek de naald in de volgende steek, sla je draad weer om en haal een lus op. Doe dit in totaal vier keer voor dezelfde steek. Je hebt nu negen lussen op je naald staan (foto 4). Sla de draad nog een keer om, en haal door alle lussen op je naald: dat is je gewone moesje. Haak nog een l (foto 5). Zie je hoe je losse bovenop het moesje komt te liggen?
Ga zo door tot het einde van de rij. Haak steeds een moesje en een l, sla een steek over in de grijze rij en haak dan je volgende moesje. Eindig met een st in de laatste steek (foto 6). Keer je deken om.



Tweede rij
Haak nu drie l, die tellen als je eerste st (foto 7). Haak direct een normaal moesje in de eerste lossen-opening tussen het st en het laatste moesje van de vorige rij (foto 8). Door in de lossen-openingen te haken krijg je een compactere steek.
Herhaal het patroon van de vorige rij door steeds een moesje in de openingen tussen de moesjes van de vorige rij te haken, met een l daartussen. Eindig weer met een st in je laatste moesje (wat je begin-moesje van de eerste rij was). Let erop dat je tussen het laatste moesje en het st geen l haakt. Knip je garen af (foto 9).


En dat is het!
Patronen met deze steek
Meer tutorials
Reacties
Wees de eerste die reageert op dit bericht!






